Japan heeft een rijke geschiedenis, van de tijd van de samurai tot de moderne wereldmacht die het vandaag is. Ontdek hieronder de belangrijkste periodes.
In de middeleeuwen had Japan officieel een keizer, maar in werkelijkheid lag de macht vaak bij militaire leiders. Vanaf de 12e eeuw ontstond er een militair bestuur onder leiding van een shogun. De eerste belangrijke shogun was . Hij richtte in 1192 het Kamakura-shogunaat op. Dit betekende dat Japan voortaan grotendeels bestuurd werd door militaire machthebbers. De belangrijkste groep in deze periode waren de samoerai. Dit waren krijgers die in dienst waren van een daimyo (leenheer). Ze leefden volgens de erecode bushido, waarin trouw, discipline, moed en eer centraal stonden. Als een samoerai zijn eer verloor, kon hij seppuku (rituele zelfmoord) plegen om zijn eer te herstellen. Japan was in deze tijd politiek verdeeld. Daimyo’s voerden regelmatig oorlog tegen elkaar om land en macht. Deze periode van burgeroorlogen staat bekend als de Sengoku-periode (15e–16e eeuw). Uiteindelijk wist in 1600 zijn tegenstanders te verslaan tijdens de Slag bij Sekigahara. In 1603 werd hij shogun en begon de Edo-periode.
De Edo-periode wordt ook wel de Tokugawa-periode genoemd, omdat de familie Tokugawa het land bestuurde. De hoofdstad was Edo, het huidige . In deze tijd kende Japan meer dan 250 jaar relatieve vrede. Dat was bijzonder, omdat er daarvoor veel oorlog was geweest. Om zijn macht te behouden, voerde de shogun een streng bestuur. Daimyo’s moesten bijvoorbeeld verplicht een deel van het jaar in Edo verblijven. Dit systeem zorgde ervoor dat ze minder kans hadden om in opstand te komen. Japan sloot zich in deze periode grotendeels af van het buitenland. Dit beleid heet sakoku (gesloten land). Buitenlandse invloed werd beperkt, vooral om de verspreiding van het christendom tegen te gaan. Alleen met China en Nederland werd beperkt gehandeld, via het eilandje Dejima bij Nagasaki. Door de langdurige vrede groeiden handel en steden. Er ontstond een rijke stedelijke cultuur met kunstvormen zoals ukiyo-e (houtdrukprenten) en kabuki-theater. De samenleving was verdeeld in vier standen: samoerai, boeren, ambachtslieden en handelaren. Hoewel handelaren onderaan stonden, werden sommigen in de praktijk erg rijk. In de 19e eeuw begon de druk van westerse landen toe te nemen. In 1853 arriveerde de Amerikaanse commodore met oorlogsschepen om Japan te dwingen zijn havens te openen. Japan had militair weinig keus en sloot verdragen met westerse landen. Dit zorgde voor veel onrust in het land
In 1868 werd de macht van de shogun beëindigd. De jonge keizer kwam officieel weer aan de macht. Deze gebeurtenis heet de Meiji-restauratie. In werkelijkheid kreeg niet alleen de keizer, maar vooral een nieuwe groep hervormers de leiding.De nieuwe regering wilde voorkomen dat Japan een kolonie van westerse landen zou worden, zoals veel andere Aziatische gebieden. Daarom besloot men het land snel te moderniseren. Japan nam veel westerse ideeën over op het gebied van industrie, leger, onderwijs en bestuur.Belangrijke veranderingen waren De afschaffing van het feodale stelsel en de standenmaatschappijDe invoering van een nationaal leger (in plaats van samoerai-legers)De aanleg van spoorwegen en fabriekenEen nieuw onderwijssysteemEen grondwet in 1889 De samoerai verloren hun privileges en mochten bijvoorbeeld hun zwaarden niet meer dragen. Sommige voormalige samoerai kwamen in opstand, zoals tijdens de Satsuma-opstand in 1877, maar de regering versloeg hen. Door de snelle industrialisatie werd Japan een sterke militaire en economische macht. Het versloeg China in 1895 en Rusland in 1905. Dat was bijzonder, omdat Rusland een Europese grootmacht was. Japan werd nu internationaal serieus genomen.
Japan begon de Tweede Wereldoorlog vanuit het idee zijn macht en grondstoffen in Azië uit te breiden. In 1937 viel het China binnen en vanaf 1940 sloot Japan zich aan bij Duitsland en Italië. Op 7 december 1941 viel Japan onverwacht de Amerikaanse vlootbasis in aan, waardoor de Verenigde Staten de oorlog ingingen. Daarna bezette Japan grote delen van Zuidoost-Azië, zoals Nederlands-Indië, de Filipijnen en Maleisië, vaak met harde bezettingsmethoden. Vanaf 1942 keerden de geallieerden het tij, met belangrijke nederlagen voor Japan, zoals bij de Slag bij . In 1945 werden en gebombardeerd met atoombommen, waarna Japan op 15 augustus capituleerde. Na de oorlog werd Japan bezet door de VS, kreeg een democratische grondwet en richtte zich op wederopbouw en economische groei.